Logo

Nieuwsbrief


banner

MENSEN DIE ER BLIJVEN STAAN ALS HET MOEILIJK GAAT


Een gesprek met Nathalie, die opgroeide in een pleeggezin



Ik ontmoet Nathalie op een infoavond van Pleegzorg Oost-Vlaanderen, waar ze als vrouw die is opgegroeid in een pleeggezin haar verhaal brengt. Haar verhaal en de manier waarop ze het brengt, raken mij en achteraf vraag ik haar per mail of ik haar mag interviewen voor de nieuwsbrief van Stappen. Ze laat weten dat ze graag bereid is om hieraan mee te werken én dat ze ondertussen haar verhaal alweer moet aanpassen want dat ze haar dossier bij Pleegzorg is gaan inkijken en een bezoek heeft gebracht aan haar biologische moeder. Die vastberadenheid waarmee ze, als een onderzoeksjournalist, het verhaal van haar jeugd probeert te reconstrueren, kenmerkt haar en siert haar. Ze wil ook graag dat dit verhaal iets kan betekenen voor anderen die gelijkaardige dingen hebben meegemaakt: 'Het gevoel dat je hebt als je zo'n jeugd hebt gehad, is niet uit te leggen, maar je herkent het meteen bij elkaar.' Vandaar dat ze ook graag buddy wil worden voor één van de meisjes van Stappen.

nathalie

Nathalie, wat is jouw vroegste herinnering?
Het laatste jaar van de kleuterklas. Ik herinner mij de klasgenootjes nog. Ik woonde toen al in mijn pleeggezin. Als baby was ik tijdens de week in een begeleidingstehuis. Toen het ook niet meer lukte om in de weekends thuis te zijn, ging ik naar een CKG. Enkele maanden voor ik drie jaar werd, werd ik geplaatst in een pleeggezin. Van die plaatsing en alles wat ervoor kwam, herinner ik mij niets. Er zijn wel foto's van de 'opnameviering' die mijn pleegouders organiseerden en de puzzel die ze voor die gelegenheid maakten. Die hangt nog altijd bij hen aan de muur. Ze zeggen wel eens dat de babyjaren een grote invloed hebben op je latere leven. Bij mij hebben die eerste jaren ervoor gezorgd dat ik het moeilijk heb met loslaten


en afscheid nemen. Er is een gevoel van onveiligheid dat daar is ontstaan. Misschien dat ik daarom zo zorgzaam ben. Ik werk in de zorgsector en ook thuis ben ik heel zorgend. Soms een beetje té. Dat zorgende heb ik waarschijnlijk opgepikt bij mijn pleegouders. Mijn biologische ouders hadden een moeilijke jeugd. Het waren 'instellingskinderen'. Ze hebben elkaar ontmoet in een tehuis voor daklozen. Eén van de bewoners was mijn peter, de kokkin was mijn meter. Na mijn geboorte gingen mijn ouders samenwonen. Kort daarna vond mijn vader werk. Mijn moeder had psychische problemen en kon niet voor mij zorgen. Mijn vader wilde dat mijn leven er anders uit zou zien dan het zijn. Hij ging naar het wijkgezondheidscentrum en stelde de vraag naar een pleeggezin. Eén van de medewerkers daar hoorde zijn verhaal en kende mensen die graag een kind wilden opvangen. Dat zijn mijn pleegouders geworden.

Je zei over je pleegouders dat ze heel zorgend zijn. Kan je iets meer over hen vertellen?
Het zijn geëngageerde mensen. Ze zijn bewust in een arbeidersbuurt gaan wonen, het Rabot, om er te zijn voor de mensen in de wijk. Iedereen kan altijd bij hen terecht, voor gelijk wat. De mensen die toen tegenover ons woonden, hadden bijvoorbeeld geen telefoon en het was de normaalste zaak van de wereld dat ze bij ons kwamen bellen. Mensen die problemen hadden met hun papieren, vroegen hulp aan mijn pleegvader. Als ze ervoor wilden betalen, dan moesten mijn pleegouders daar niet van weten. Dan stelden ze voor om eens de strijk voor hen te doen. Zo ging dat. Nog altijd trouwens.

Wat heeft ervoor gezorgd dat je in het pleeggezin je plek hebt gevonden?
Dat mijn pleegouders mij nooit het gevoel hebben gegeven dat ik anders was dan hen. Terwijl het allebei intellectuelen zijn die hebben gestudeerd aan de universiteit. Ook hun kinderen hebben alle drie gestudeerd. Ze lazen veel. Ik was met andere dingen bezig, maar voor hen was dat gelijk. Ze aanvaardden mij zoals ik was. Op die manier voelde ik dat ik daar een plek had. Mijn pleegouders zijn geen 'knuffelmensen', zelf ben ik veel lichamelijker met mijn kinderen, maar je voelt dat ze je graag zien door andere dingen: je bent altijd welkom en je kan altijd met je problemen bij hen terecht.

pleegzorg

Tot het einde van de lagere schoolperiode waren er weinig problemen, maar toen ik naar de middelbare school ging, begon het moeilijker te lopen. In het derde jaar werd ik van school gestuurd. Ik was agressief tegenover de leerkrachten. Ik sloeg hen. Ik liep veel rond in de wijk en leerde jongeren kennen die niet altijd een goede invloed op mij hadden. Ik pleegde winkeldiefstallen. Ik had ergens toch het gevoel dat ik anders was en ik rebelleerde. Tegen al de regels thuis en op school, terwijl ik die nu zelf ook toepas. Ik zou niet willen dat mijn kinderen ooit doen wat ik toen heb gedaan. Langs de andere kant heb ik ook geen spijt van die periode. Ik heb ook veel plezier gehad: met de brommertjes gaan rijden, in de struiken zitten, … Toen ik 15 was, ben ik van huis weggelopen, samen met een vriendin. We waren te laat, we stonden voor de deur, we durfden niet naar binnen en we beslisten: 'We zijn weg.' We gingen op zoek naar onze vriendjes. Mijn vriendje vonden we niet. Achteraf bleek dat hij in de gevangenis zat. Haar vriendje vonden we wel. We rookten een jointje. Ik weet niet wat erin zat, maar het beviel heel slecht. We zijn overal geweest. Ik zag autostrades en autostrades en wist niet waar we waren. Uiteindelijk kwamen we terug in de wijk en bleven we slapen bij iemand die de politie verwittigde. Toen ik thuis werd afgezet, vreesde ik het ergste. Ik dacht dat mijn pleegouders kwaad zouden zijn, maar het eerste wat ze vroegen was: 'Heb je geen


honger?' Dat ze er ook op dat moment zijn blijven staan, heeft voor mij een verschil gemaakt. Niet lang daarna heb ik Olivier leren kennen die nu, achttien jaar later, nog altijd mijn man is. Dat is het echte keerpunt geweest. Ik heb gekozen voor Olivier en daarmee heb ik ook mijn vroegere leven achter mij gelaten. Met hem werd alles eerlijker en vertrouwelijker. Op mijn zeventiende ben ik weggegaan bij mijn pleegouders. Dat was nodig, de sfeer was niet goed meer. Ik ben gestart met begeleid zelfstandig wonen en ben beginnen werken. Ik ben getrouwd en heb twee kinderen gekregen. Ik heb een diploma gehaald via het onderwijs voor volwassenen en heb nu werk dat ik heel graag doe. Ik zie mijn pleegouders minstens een paar keer per week. Het zijn de grootouders van mijn kinderen. We zijn een hechte familie. Het is een scenario voor een film.

En een heel ander leven dan dat van je vader. Wie of wat heeft daartoe bijgedragen? En hoe zou je dat kunnen vertalen naar een werking als die van Stappen?
Wat jongeren volgens mij nodig hebben, zijn mensen die zorg voor hen dragen. Die er blijven staan als het moeilijk gaat. Die hen aanvaarden zoals ze zijn. Mensen met een groot hart, noem ik dat. En met de juiste capaciteiten, want je moet ook structuur kunnen bieden. Maar dat zie je natuurlijk allemaal pas achteraf, als je ouder wordt.

Danny Keuppens
Contextbegeleider


Terug naar nieuwsoverzicht.


Verzonden door vzw Stappen
westveldstraat 1, 9040 Sint-Amandsberg
09/228.26.57
Uitschrijven

Facebook